KCW Interview: Nele van Spiegelstiksels

Mijn bijdrages voor KCW zitten er al weer op. Het laatste wat ik mocht doen, was iemand interviewen. Niet zo een gemakkelijke keuze, er zijn zoveel mensen die ik de pieren eens uit hun neus wil halen. Maar ik besloot om het dicht bij huis te houden, en iemand te vragen wie ik echt bewonder en van wie ik ontzettend veel leerde. Haar tutorials zijn super. En haar perfectionisme is uniek in blogland. Natuurlijk heb ik het over Spiegelstiksels Nele!

Hier kan je de Nederlandse versie van het interview lezen:

1. Wanneer begon je met kinderkleding naaien en waarom?
Ik ben beginnen naaien toen ik studeerde. Een vriendin vroeg me of ik met haar mee wou naar de naailes en het leek me wel leuk om eens te proberen. Het toestel ‘de naaimachine’ kende ik als kind als iets waar we nooit aan mochten komen. Mijn grootvader was kleermaker en wanneer we op het atelier speelden kregen we steevast het verhaal te horen van die keer dat Martha (een naaister die bij hem werkte) in haar vinger had gestikt. Ik was 20 of 21 toen ik naar de naailes trok, dus ik had het gevoel dat ik intussen oud genoeg was om de machine te leren gebruiken ;-). Ik kreeg mijn eerste kind toen ik 26 was, nu 12 jaar geleden. Ik was dus al aan het naaien op dat moment. Het was dan ook logisch om ook voor de kinderen kleren te maken. In het begin van het moederschap naaide ik ook nog vaak andere dingen dan kinderkleren, maar gaandeweg ben ik meer en meer voor hen gaan maken. In mijn collectie patronenboekjes is het oudste nummer dat ik terugvind een Knippie Baby van 2003. Dat was toen de enige bron van patronen voor kinderkleren die ik toen kende. Ik herinner me nog goed de eerste keer dat ik een Ottobre in mijn handen had (aan het einde van de zomer van 2005). Wat een openbaring vond ik dat toen! Deze ontdekking deed me ook op een andere manier kijken naar de kleren die ik kocht voor mijn kinderen en inzien dat er ook meer dingen te maken waren dan wat in de boekjes stond. De komst van Etsy en andere webshops hebben het naaien nog meer een boost gegeven, omdat het aanbod aan stoffen opeens veel groter werd. Ook het delen van foto’s van mijn maaksels, eerst via Flickr, en daarna ook via mijn blog hebben motiverend gewerkt. Nu maak ik nog bijna uitsluitend kinderkleren (en af en toe een hemd voor meneer). De kinderen zijn dan ook met 4, waardoor er altijd wel iets te maken valt. 
Ik naai in de eerste plaats omdat ik dat graag doe. Ik kan me heel lang bezighouden met staren in mijn stoffenkast, en nadenken over wat de stoffen zouden kunnen worden. Voor sommige stoffen in mijn kast heb ik een duidelijk beeld over wat ze zullen worden, maar heel veel stoffen hebben geen bestemming. Ik vind het leuk om stoffen uit te halen en combinaties te maken. Daarom organiseer ik mijn kast bewust niet op kleur. Meestal komt het er wegens tijdsgebrek niet van om mijn ideeën effectief uit te voeren, maar het proces op zich vind ik heel ontspannend en inspirerend. Ook het technische aspect van het naaien is 1 van de redenen waarom ik dit doe. Ik zoek graag naar de juiste techniek om iets perfect af te werken en haal heel veel voldoening uit het stikken van een perfect rechte lijn, de perfecte kraag of een mooie paspelzak. Ik maak graag stukken die wat complexer zijn, maar kan evengoed genieten van het maken van een snel en eenvoudig kleedje. 
Het leuke aan kinderkleren vind ik dat je hiermee lekker gek kan doen. Er zijn quasi geen grenzen. Vaak maak ik voor mijn kinderen kleren die ik zelf nooit zou durven dragen. Ik vind mezelf een vrij ernstig persoon, zeker in mijn beroepsmatige leven. Met de kleurrijke kleren van de kinderen en de ongewone combinaties kan ik een ander stukje van mezelf laten zien. Ik vind het ook fijn dat hun kleren uniek zijn, maar dat is niet de grootste drijfveer om te naaien, eerder een leuk pluspunt. 
Door te naaien ben ik meer belang gaan hechten aan de kwaliteit van de kleren die ik koop en aan de omstandigheden waarin ze zijn gemaakt. Hierdoor voel ik me verbonden met de naai(st)ers die confectiekleren maken en vind ik het belangrijk dat ze gerespecteerd en gewaardeerd worden voor het werk dat ze doen. 



2. Wanneer was je eerste KCW en hoe ging dat?

De eerste keer dat ik mee deed met KCW(C) was in november 2011. Ik ging meteen ‘all the way’. Ik weet niet meer waar ik toen de tijd heb gevonden maar ik kreeg die week heel wat kleren af. Ik beschouwde de KCW in die periode als het moment om de kleren te maken die nodig zijn, de kleren die ik ‘moet’ maken, eerder dan de kleren die ik ‘wil’ maken, bvb. omdat de zoon dan al even rondloopt met broeken die boven zijn enkels komen, of omdat de dochter uit haar rokken of pyjama’s is gegroeid. Nu er thema’s worden voorgesteld voor de KCW vind ik het leuk om over dat thema te brainstormen of in mijn kast op zoek te gaan naar passende stoffen, maar merk ik dat mijn productie wat lager ligt. 

3. Wat vind je het leukst aan deelnemen aan KCW?

Wanneer iedereen slaapt en jij zit in je eentje achter de naaimachine in je stille huis, dan weet je dat overal ter wereld andere vrouwen net hetzelfde aan het doen zijn. Ik kijk ook altijd uit naar de dagelijkse updates op de KCW-blog. Daarop verschijnen vaak geweldige stukken, waarvan ik wou dat ik ze zelf had bedacht. Ik vind het heerlijk om te zien hoe iedereen een eigen interpretatie geeft aan het thema. 

4. Hoe verdeel jij je naai/werk/familietijd?

Dat is een moeilijke. Ik vind de job die ik nu doe de zwaarste die ik al heb gehad en vaak eist die me op tot in de late uurtjes, ook al werk ik maar 70%. Dan is het naaien een uitsluitend nachtelijke aangelegenheid. Gelukkig zijn er ook perioden dat het minder druk is, waarin ik ook overdag soms tijd kan maken om te naaien. De kinderen zijn heel zelfstandig en moeten niet echt ‘geëntertaind’ worden. Het volstaat dat ik in de buurt ben. Vaak zitten ze gewoon naast me te knutselen, te lezen of te spelen in de naaikamer. Er staat ook een extra naaimachine die zij mogen gebruiken. Soms blijft die weken onaangeroerd, soms wordt die frequenter gebruikt. Ik ben ook mijn gat in de boter gevallen met mijn man, want die neemt heel wat huishoudelijke taken op zich.

5. Hoe beïnvloeden jou kinderen, jou naaien?

Er zijn heel veel manieren waarop de kinderen een invloed hebben, zowel bij de selectie van stoffen als bij de keuze van de kleren. Ze geven dan ook heel veel feedback. De beste manier om te zien of een kledingstuk in de smaak valt is door te zien dat het wordt gedragen. De kinderen kiezen grotendeels zelf wat ze aantrekken, dus zie ik ook wat ze leuk vinden. Wanneer ik merk dat een stuk niet gekozen wordt, vraag ik naar het waarom. Uit die reacties leer ik bij (het prikt, te warm, te wijd/smal aan de benen, kraagje niet mooi,…) en stuur ik bij in het volgende stuk. 
Ik toon de kinderen ook steeds de stoffen die ik heb gekocht en kijk naar hun reacties. Vaak worden ze ook bij de computer gevraagd wanneer ik aan het webshoppen ben, zodat ze hun mening kunnen geven. Ook bij de keuze van de modelletjes worden ze vaak betrokken. Ik maak vaak schetsen van ideetjes of verwijs naar andere kleren die ze hebben om uit te leggen wat ik in mijn hoofd heb. Wanneer we etalages passeren wijs ik hen op dingen die ik mooi vind en laat ik hen naar details kijken om hun reactie te zien. 
Ook al is de invloed van de kinderen groot, toch heb ik het gevoel dat ik steeds de kleren maak die ik ook echt wil maken. Hun vertrouwen in mijn inzicht en naaiwerk is blijkbaar wel voldoende groot dat ik heel veel vrijheid ervaar om dingen te maken zoals ik ook het wil. 
De oudste 2 kinderen zijn intussen 11 en 12 jaar oud en ik ben me ervan bewust dat kleren een issue kunnen worden in de komende jaren. De dochter van 11 is qua stijl al een evolutie aan het doormaken. In het begin had ik hier wat schrik voor (geen rokjes en jurkjes meer), maar nu merk ik dat het net heel stimulerend is om voor haar op zoek te gaan naar nieuwe patronen die aansluiten bij wat ze wil dragen. Die kleedjes en rokjes komen zeker op een bepaald moment weer terug. 

6. Wat is het favoriete stuk dat je naaide voor je kinderen?

Die vraag stelde mijn dochter me enkele dagen geleden toevallig ook. En opnieuw kan ik ze moeilijk beantwoorden. Ik heb heel veel favoriete stukken en heel veel redenen waarom het mijn favoriete stuk is. Een stuk kan mijn favoriet zijn omdat het helemaal is geworden zoals ik het in mijn hoofd had, omdat ik iets heb bijgeleerd of omdat het iets anders is dan wat ik gewoonlijk maak, omdat de afwerking perfect is, omdat het zo goed bij dat kind past, omdat het met een waardevolle stof is gemaakt… 

7. Had je ooit een inspiratieloos moment? En zoja, wat doe je om dat te doorbreken? 

Soms vind ik onvoldoende inspiratie en maak ik nog maar eens hetzelfde rokje of kleedje, maar dat is uiteindelijk ook de beste manier om nieuwe inspiratie te vinden. Door te naaien en bezig te zijn en hierdoor tot rust te komen maak ik mijn hoofd leeg en komen de ideeën voor een volgend project uiteindelijk vanzelf. 
Ik vond het ook fijn om mee te doen met Project Run and Play vorig jaar. Dit haalde me uit mijn comfortzone en af en toe is dat eens nodig om vooruit te geraken. 

8. Welke andere creatieve bezigheden heb je nog?

Vorig jaar heb ik enkele pogingen gedaan om te weven. Ik ben begonnen met een kleine rigid heddle loom. Ik zou me hier graag verder in verdiepen en over bijleren. In mijn hoofd zie ik het al helemaal voor me hoe ik aan de slag ga met een groot getouw met meerdere schachten waarop ik complexe patronen maak, maar voorlopig heb ik het gevoel dat ik geen tijd heb voor een extra hobby. Er is nu ook geen plaats in mijn hoofd, want wanneer ik iets wil leren, dan wil ik me er ook echt in verdiepen. Voorlopig blijft het dus bij wat geëxperimenteer. Ik zie wel hoe dat over enkele jaren evolueert. 

Heel erg bedankt Nele, dat ik je mocht interviewen!

5 thoughts on “KCW Interview: Nele van Spiegelstiksels

Comments are closed.